Blogs

16 mei 2020

MIJN DROOM WAARMAKEN

Voorjaar 2007. Ik zit op de trappen naast de Puente Isabel II in Sevilla. De zon geeft de brug een okergele kleur en de blauwe en groene mozaïeken van de brug glimmen in het ochtendlicht. Er dobbert een bootje op de rivier die de stad in tweeën splijt. Wat een heerlijke plek voor een ontbijt. Ik neem een slok van mijn thee en laat de zon mijn gezicht opwarmen. Gisteren ben ik aangekomen in deze levendige stad met smalle straatjes en felgekleurde huizen. Hier aan de rand van de volkswijk Triana heb ik uitzicht op de grote chique huizen en de Giralda aan de overkant. Terwijl ik verder van mijn thee nip observeer ik de mensen die de brug op en af lopen. Uit de markthal aan de overkant komt een palet van geuren en geluiden op me af: verse vis, groenten, een uitbundig lachende marktkoopman, roddelende dames met volle boodschappentassen, een groep luidruchtige toeristen en het geluid van fotocamera’s. Ik vraag me af hoe het leven hier was toen de stad nog niet bezocht werd door toeristen. Was deze markt er toen al, wie gebruikte deze brug om van dit arme deel van de stad naar het rijke deel aan de overkant te gaan en kwamen er ook mensen van de overkant van de rivier naar deze wijk toe?

Ineens begint zich een verhaal af te spelen in mijn hoofd. Een verhaal over de temperamentvolle inwoners van deze tropisch warme stad in het diepe zuiden van Spanje en over de muziek van de stad, flamenco. Het verhaal speelt zich af tijdens de burgeroorlog in de jaren dertig van de vorige eeuw en gaat over de gevolgen daarvan voor de Sevillianen en over twee jonge mensen in het bijzonder. Een verhaal over een verboden liefde en een onontdekt geheim.

Inmiddels, ruim tien jaar en diverse bezoeken aan de stad later, staat al heel veel op papier van mijn verhaal. Maar heel veel ook nog niet.

 

“Ineens begint zich een verhaal af te spelen in mijn hoofd. Een verhaal over de temperamentvolle inwoners van Sevilla en over hun muziek, flamenco. Het speelt zich af tijdens de Spaanse burgeroorlog en gaat over een verboden liefde en een onontdekt geheim”


Als je schrijfambities hebt en begint aan je boek, dan besef je al snel dat het een forse opgave is. Dat het tijd kost. En dat er soms tijd verloren gaat. Dat vragen zoals “wanneer is je boek nou eindelijk af” en “heb je al een uitgever” begrijpelijk, maar ook frustrerend en confronterend zijn.

Met dit blog wil ik mijn strubbelingen en successen bij het waarmaken van mijn droom – het opschrijven en uitgeven van mijn eigen roman – delen. En daarmee hoop ik andere dromers en mezelf te motiveren om te (gaan of blijven) schrijven.

Want ik wil dat mijn boek er komt! Mijn verhaal verdient het om gelezen te worden en een boek te worden.

23 mei 2020

PROOST!

“Je hebt gewoon een boek geschreven Jet!”

“Ja maar…”

“Hoor je wel wat ik zeg?”

“Het is nog niet gepubliceerd. Ik ga het nu pas naar de uitgever sturen.”

“Wie kan tegenwoordig nou zeggen dat ie een heel boek van A tot Z heeft geschreven? Dat zijn maar weinig mensen hoor.”

Ik staar uit het raam. We zitten in Nederland middenin de corona crisis en ik ben al weken thuis aan het werk. Ik mis de gezelligheid op kantoor en heb een collega gebeld om bij te praten. Normaal gesproken babbel ik erop los aan de telefoon, maar nu ben ik stil en laat de woorden tot me doordringen. Hij heeft gelijk. Het is best knap. Maar toch, het voelt nog niet echt alsof ik iets bereikt heb.

“Ik heb er wel ruim tien jaar over gedaan hoor.” Hoor ik mezelf zeggen.

“Wat wil je. Je hebt een fulltime baan.”

“Ja.” Ik denk even na. “Als ik de netto schrijftijd bij elkaar optel dan heeft het vier jaar geduurd. Dat valt wel weer mee.”

Ik denk terug aan de vele keren dat ik me terugtrok op mijn kamer om te schrijven. En aan de schrijfweken op een goedkoop bungalowpark met mijn zus, ook schrijvende. Ik glimlach schaapachtig als ik me realiseer waar het toe geleid heeft. Mijn verhaal is eindelijk af.

Ik heb een heel boek geschreven. Van A tot Z. 

Wie kan dat nou nog meer zeggen?

“Vier jaar? Dat is hartstikke snel. Tenzij je Stephen King bent. Dat schrijftempo kan niemand bijhouden.”

“Mijn boek is van een ander genre. Beter.” Ik knipoog naar mijn eigen spiegelbeeld in het raam. Dat meen ik natuurlijk niet. We praten nog even over Stephen King en als ik ophang laat ik het gesprek verder tot me doordringen.

Ik heb een boek geschreven. Ik mag trots zijn. Wat er ook gaat gebeuren met mijn manuscript en wat de uitgever er ook van vindt. Vanavond trek ik een fles wijn open. Proost.

28 mei 2020

CIJFERS

Wat denkt die uitgever wel niet? Een synopsis van maximaal 1 A4? Al het werk van de afgelopen jaren; 38 hoofdstukken, 201 pagina’s en 73247 woorden samenvatten op een stukje papier van 297 mm x 210 mm. De absurde eis van de uitgever frustreert me.

 

Ik laat de getallen tot me doordringen. Het doet me denken aan het nummer “Seasons of love” uit de musical Rent. In het lied proberen de personages gebeurtenissen uit een veelbewogen jaar te duiden in getallen. Ze zingen over het aantal koppen koffie die ze samen dronken, het aantal dagen en de uren die ze met elkaar doorbrachten. Je kan het allemaal tellen. Een van de thema’s van het nummer is echter dat je gevoelens zoals liefde en verdriet niet in een getal kan vatten. 

“How do you measure love?”

Nu de mijlpaal van het versturen van mijn manuscript steeds dichterbij komt, kijk ik onbewust ook vaak terug op mijn schrijfproces. Vier keer op reis naar Sevilla, twee schrijfweken in een huisje, drie laptops, jaren ploeteren om mijn verhaal goed op papier te krijgen. Hoe kan ik iets waar ik zo lang met veel plezier en liefde aan gewerkt heb in vredesnaam in één pagina proppen? Zuchtend begin ik aan de klus.

 

Het kost me vier dagdelen om mijn verhaal te reduceren tot één blaadje. 509 woorden zijn het geworden. Het gevoel is eruit. Blijkbaar zijn er 72738 woorden nodig om uit te leggen hoe mooi Sevilla is. Hoe leuk de wijk Triana is. Hoe lekker je kan eten in Spanje. Hoe twee mensen verliefd kunnen worden. Hoe een flamencogitaar klinkt. Wat oorlog met mensen doet. Hoe verlies voelt. Wat echte liefde is.

Neem contact op met Jet